Zo werkt de diervoedersector aan het verlagen van de klimaatimpact
De Nederlandse diervoedersector wil haar bijdrage leveren aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. Dat is geen eenvoudige opgave, want diervoeder speelt een belangrijke rol in de totale klimaatimpact van de veehouderij. Als we serieus willen werken aan klimaatmitigatie, moeten we weten waar de uitstoot vandaan komt en hoe groot die uitstoot precies is.
Waarom één gezamenlijke manier van rekenen nodig is
De klimaatimpact van diervoeder zit vooral in de grondstoffen waaruit het voer wordt samengesteld. Die grondstoffen worden wereldwijd geteeld, verwerkt en verhandeld. Dat maakt het lastig om de bijbehorende uitstoot goed in beeld te brengen. Daarom is het belangrijk dat alle bedrijven in de sector dezelfde spelregels gebruiken bij het berekenen van de klimaatvoetafdruk. Alleen dan zijn cijfers vergelijkbaar, uitlegbaar en bruikbaar in de keten, van diervoederbedrijf tot veehouder, verwerker en eindgebruiker.
Nevedi heeft hiervoor de Nederlandse toepassing van het ‘GFLI NL-toepassing CFP-protocol’ ontwikkeld. Dit protocol beschrijft:
- hoe de klimaatvoetafdruk (Carbon Footprint, CFP) van diervoedergrondstoffen wordt berekend;
- welke databronnen worden gebruikt;
- en hoe bedrijven deze data mogen toepassen en doorgeven.
Aansluiting bij internationale standaarden
Bij het opstellen van het CFP-protocol sluit Nevedi nadrukkelijk aan bij internationaal erkende methodes. Daarmee zorgt de sector ervoor dat Nederlandse berekeningen aansluiten op wat elders in Europa en daarbuiten gebruikelijk is.
Om de milieu-impact over de hele keten, van teelt tot levering van het diervoer, in kaart te brengen (Life Cycle Assessment), maakt het protocol gebruik van onder andere:
- PEFCR Feed (Product Environmental Footprint Category Rules for Feed): Europese rekenregels voor een uniforme beoordeling van diervoeders;
- FAO LEAP-richtlijnen (Livestock Environmental Assessment and Performance): wereldwijd gebruikte richtlijnen voor milieumetingen in de veehouderij;
- GFLI (Global Feed LCA Institute): een internationaal instituut dat milieudata voor diervoeders beheert en valideert.
Door deze aansluiting zijn de gebruikte gegevens ook internationaal herkenbaar en uitlegbaar.
Van berekening naar borging
Het gaat niet alleen om het maken van goede berekeningen. Minstens zo belangrijk is dat duidelijk is hoe die cijfers tot stand komen en hoe ze worden gebruikt. Daarom gaat het CFP-protocol niet alleen over de berekening, maar ook over borging.
Binnen het protocol is vastgelegd:
- hoe herkomstgegevens van grondstoffen worden gebruikt;
- hoe met verschillen tussen grondstoffen, landen en productiewijzen wordt omgegaan;
- en hoe toepassing van de data kan worden gecontroleerd, onder meer via certificering en audits door onafhankelijke organisaties, zoals GMP+.
Zo ontstaat een systeem waarin duurzaamheidsclaims over klimaatimpact niet alleen worden gemaakt, maar ook kunnen worden uitgelegd en getoetst.
Transparantie richting de keten én de samenleving
Nevedi deelt het CFP-protocol en de bijbehorende instructies openlijk. Daarmee wil de sector laten zien hoe zij werkt aan het verminderen van de klimaatimpact van diervoeder, en tegelijk andere partijen inzicht geven in de gekozen aanpak.
Deze transparantie helpt:
- ketenpartners, zoals veehouders, verwerkers en retailers;
- auditors en certificerende instellingen;
- beleidsmakers en maatschappelijke organisaties;
- en iedereen die wil begrijpen hoe de klimaatimpact van diervoeders wordt berekend.
Het doel is niet alleen verantwoorden, maar ook samenwerken: gezamenlijke rekenregels maken het makkelijker om gerichte vervolgstappen te zetten.
De aanpak rondom klimaatmitigatie staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van het bredere programma Duurzaam Diervoeder, waarin de sector werkt aan een toekomstbestendige voedselproductie.
- FAQ Aanpak Nevedi voor betrouwbare en geborgde data (versie 1.0)
GFLI Nederlandse toepassing CFP-instructie 2026
Door deze aanpak sluiten we in Nederland volledig aan op internationale methodes. Dat maakt onze data betrouwbaar, eenduidig en goed vergelijkbaar met andere landen. Waarom stellen we deze instructie beschikbaar? Als onderdeel van het programma Duurzaam Diervoeder werkt Nevedi aan een toekomst waarin diervoeder steeds duurzamer wordt geproduceerd. Transparante en betrouwbare data zijn daarvoor essentieel. Door de GFLI Nederlandse toepassing CFP-instructie 2026 V8.2 openbaar te delen:
- laten we zien hoe de sector werkt aan het verminderen van de klimaatimpact van diervoeder;
- helpen we ketenpartners zoals veehouders, verwerkers, retailers, auditors en beleidsmakers om beter inzicht te krijgen in de gebruikte methode;
- versterken we de samenwerking binnen de keten richting een klimaatvriendelijke en toekomstbestendige voedselproductie.
Dit document is dus niet alleen bedoeld voor onze leden, maar voor iedereen die wil begrijpen hoe de CO₂-uitstoot van diervoeder wordt berekend en hoe de sector samen werkt aan verduurzaming.