Productiewaarde

2025 productiewaarde diervoederindustrie

De Nederlandse diervoederindustrie laat in de afgelopen jaren een duidelijk patroon zien van stabiliteit, verstoring en vervolgens hernieuwd evenwicht. Tussen 2014 en 2021 bewoog de productiewaarde zich rond een stabiel niveau van circa €5 miljard, met een vrijwel gelijkblijvend productievolume. Dit onderstreept het robuuste karakter van de sector in een periode zonder grote externe schokken.

Die stabiliteit werd in 2022 abrupt doorbroken. De productiewaarde steeg dat jaar naar een recordniveau van ruim €7 miljard. Deze piek is direct te herleiden tot de oorlog in Oekraïne, die leidde tot forse prijsstijgingen van grondstoffen zoals graan en eiwitrijke gewassen. Omdat Rusland en Oekraïne sleutelspelers zijn op de wereldmarkt, zorgden verstoringen in aanvoerketens voor sterke prijsopdrijving. Het productievolume bleef in dat jaar nagenoeg gelijk; het gaat dus nadrukkelijk om een prijseffect. Wel was er sprake van een na-ijleffect, met een afnemend productievolume in 2023, met name bij de duurdere mengvoeders.

In de jaren 2023 en 2024 daalt de productiewaarde weer, met name door normaliserende grondstofprijzen en een enigszins afnemend productievolume. Die volumekrimp hangt samen met een na-ijleffect in 2023 en de afname van de veestapel als gevolg van opkoopregelingen.

In 2025 lijkt de sector een nieuw evenwicht te bereiken. De productiewaarde stabiliseert rond €5,9 miljard. Dit niveau weerspiegelt een combinatie van gematigder grondstofprijzen en een lagere, maar wel stabielere vraag naar diervoeder. De extreme volatiliteit van 2022 is daarmee uit het systeem, terwijl de structurele veranderingen in de veehouderij zichtbaar blijven.

Onvoorziene omstandigheden daargelaten ligt voor 2026 een voortzetting van deze lijn voor de hand: een relatief stabiele productiewaarde met lichte neerwaartse druk. De bandbreedte wordt echter bepaald door een aantal cruciale randvoorwaarden. De ontwikkeling van grondstofprijzen blijft sterk afhankelijk van geopolitieke verhoudingen, waaronder de situatie in Oekraïne. Tegelijk spelen nationale factoren een rol, zoals de toekomstige omvang van de veestapel en het beleid rond stikstof en duurzaamheid. Ook energieprijzen en internationale marktvraag blijven bepalend.

Onvoorziene omstandigheden daargelaten ligt voor 2026 een voortzetting van deze lijn voor de hand: een relatief stabiele productiewaarde. De bandbreedte wordt echter bepaald door een aantal cruciale randvoorwaarden, waarbij de ontwikkeling van grondstofprijzen sterk afhankelijk blijft van geopolitieke verhoudingen, waaronder de situatie in Oekraïne én spanningen in het Midden-Oosten. Deze spanningen kunnen leiden tot hogere energieprijzen en verstoringen in de aanvoer van kunstmest, onder meer via de Straat van Hormuz. Daardoor kunnen de teeltkosten voor granen en eiwitrijke grondstoffen stijgen. Dit werkt direct door in de prijs van mengvoer. Ook logistieke verstoringen, duurdere transportstromen en internationale handelsrisico’s vergroten de volatiliteit op de grondstoffenmarkten. Tegelijk spelen nationale factoren een rol, zoals de toekomstige omvang van de veestapel en het beleid rond stikstof en duurzaamheid, terwijl ook energieprijzen en internationale marktvraag bepalend blijven.

Flexibiliteit en ketensamenwerking blijven dan ook essentieel om effectief in te spelen op deze dynamiek.

 

Deel deze pagina

Scroll naar boven