Resultaten metingen

De Nederlandse diervoedersector werkt aan de verdere verduurzaming van diervoeder en dierlijke productieketens. Om deze ontwikkeling op een transparante en consistente manier inzichtelijk te maken, monitort Nevedi de duurzaamheidsprestaties van de sector. Daarbij wordt gekeken naar voeders die aan Nederlandse veehouders worden geleverd, waaronder mengvoeders, enkelvoudige voeders en vochtrijke voeders.

De monitoring richt zich op vier duurzaamheidsthema’s: klimaat, biodiversiteit, circulariteit en Europese herkomst. Voor ieder thema zijn indicatoren ontwikkeld waarmee de prestaties van de sector kwantitatief kunnen worden gevolgd. Het gaat onder meer om de carbon footprint van diervoeder, het aandeel soja- en palmproducten dat via certificering of andere administratieve borging als ontbossings- en conversievrij is afgedekt, de inzet van rest- en bijproducten en voormalige voedingsmiddelen, en het aandeel grondstoffen dat afkomstig is uit geografisch Europa. Nevedi heeft ontwikkelingen per dierlijke sector gemonitord aan de hand van vier Kritische Prestatie Indicatoren (KPI’s):

  • KPI-1: Klimaatmitigatie: concreet uitgedrukt in de CO2-footprint
  • KPI-2: Biodiversiteit: gekwantificeerd gebruik van soja, palm (ontbossingsvrij, conversievrij)
  • KPI-3: Circulariteit: aandeel gebruik van rest- en bijproducten, en voormalige voedingsmiddelen
  • KPI-4: Herkomst: aandeel grondstoffen uit geografisch Europa

* Per diergroep is de ontwikkeling van 2024 ten opzichte van 2022 weergegeven.

De ontwikkeling wordt gevolgd aan de hand van opeenvolgende meetmomenten. De nulmeting over 2018 vormt het uitgangspunt. Vervolgens is een ƩƩnmeting over 2022 uitgevoerd. Met de tweemeting over 2024 brengt Nevedi opnieuw in beeld hoe de duurzaamheidsprestaties van de Nederlandse diervoedersector zich hebben ontwikkeld. Door de uitkomsten van de drie meetjaren naast elkaar te zetten, worden veranderingen zichtbaar en ontstaat inzicht in de voortgang op de verschillende duurzaamheidsthema’s.

De meetresultaten ondersteunen het gesprek met diervoederbedrijven, ketenpartijen, de overheid en maatschappelijke organisaties over de verdere verduurzaming van diervoeder. De gehanteerde systematiek is extern getoetst op methodiek en betrouwbaarheid. Daarnaast houdt een technische werkgroep, bestaande uit nutritionisten, data-analisten en vertegenwoordigers van bedrijven en de overheid, toezicht op de methodologie en de uitvoerbaarheid.

Hieronder worden de resultaten van de tweemeting over 2024 per duurzaamheidsthema gepresenteerd en, waar mogelijk, vergeleken met de uitkomsten van 2018 en 2022.


Resultaten tweemeting Duurzaam Diervoeder 2024

De tweemeting van Duurzaam Diervoeder laat zien hoe de duurzaamheidsprestaties van de Nederlandse diervoedersector zich sinds de nulmeting in 2018 hebben ontwikkeld. Voor alle vier de duurzaamheidsthema’s die binnen het programma worden gemonitord, zijn ontwikkelingen zichtbaar. Daarbij zijn de resultaten gebaseerd op door diervoederbedrijven aangeleverde sectordata, die zijn samengevat, verwerkt en geanalyseerd.

Klimaat: verdere verlaging van de carbon footprint
De sterkste verandering is zichtbaar bij de carbon footprint van diervoeders. Ten opzichte van 2018 is de klimaatimpact van diervoeders voor vrijwel alle diersectoren aanzienlijk afgenomen. De daling hangt onder meer samen met veranderingen in de grondstoffensamenstelling. Ook de carbon footprint van belangrijke grondstoffen, zoals soja, is veranderd. Zo is de uitstoot door land-use change in de loop der tijd afgenomen. De ambities voor de carbon footprint van pluimveevoer zijn oorspronkelijk voor de leg- en vleespluimveesector gezamenlijk opgesteld. Sinds 2024 worden beide sectoren afzonderlijk gevolgd en gerapporteerd, waardoor de resultaten en ambities per sector zichtbaar zijn.

Biodiversiteit: hoge mate van conversievrije grondstoffen
De sector heeft verder gewerkt aan het vergroten van het aandeel soja- en palmproducten dat via certificeringssystemen als ontbossings- en conversievrij is afgedekt.

Voor meerdere diersectoren is het aandeel soja dat onder conversievrije ketenstandaarden of certificeringssystemen is ingekocht, toegenomen ten opzichte van eerdere meetjaren. Ook het aandeel palmolie en palmoliederivaten dat met RSPO-certificering is afgedekt, is hoger dan in de nulmeting.

Circulariteit: hoog gebruik van rest- en bijproducten
De resultaten bevestigen dat de Nederlandse diervoedersector op grote schaal rest- en bijproducten en voormalige voedingsmiddelen inzet als grondstof voor diervoeders. Daarmee levert de sector een belangrijke bijdrage aan het benutten van waardevolle nutriƫnten die anders verloren zouden gaan. De tweemeting laat zien dat deze circulariteitsindicator op een hoog en over het algemeen stabiel niveau is gebleven, ondanks druk op de beschikbaarheid van bepaalde rest- en bijproducten door toenemende concurrentie met andere toepassingen, waaronder energieproductie.

Europese herkomst van grondstoffen
Ook op het gebied van regionale herkomst blijft een groot deel van de gebruikte grondstoffen afkomstig uit geografisch Europa. De resultaten laten zien dat dit aandeel in de meeste sectoren op een hoog en relatief stabiel niveau blijft, ondanks druk op de beschikbaarheid van Europese grondstoffen en op internationale grondstoffenmarkten.

Algemene conclusie
De tweemeting bevestigt het beeld dat de Nederlandse diervoedersector sinds 2018 belangrijke stappen heeft gezet in het verduurzamen van diervoeders. Met name bij de klimaatprestaties en het aandeel grondstoffen dat via certificering of andere administratieve borging als conversievrij is afgedekt, is duidelijke voortgang zichtbaar. Circulariteit en Europese herkomst blijven op een hoog en relatief stabiel niveau, ondanks druk op de beschikbaarheid van grondstoffen, concurrerende toepassingen en ontwikkelingen op internationale grondstoffenmarkten. Voor verschillende indicatoren en diersectoren zijn de ambities voor 2030 in 2024 al bereikt. De resultaten bieden daarmee inzicht in de vooruitgang van de sector en vormen een basis voor de verdere ontwikkeling en borging van het programma Duurzaam Diervoeder richting 2030.

Deel deze pagina

Scroll naar boven