dit vinden wij 1600 slideshow 3

Reactie Nevedi op regeerakkoord

Benut ketensystemen en innovatie voor doelgerichte verduurzaming

Nevedi ziet in het (beoogde) regeerakkoord een beleidslijn die in het verlengde ligt van het vorige kabinet en die naar verwachting leidt tot krimp van de veestapel. Positief is dat de ontwikkeling van doelsturing wordt voortgezet, de ondernemer is aan zet hoe doelen behaald worden. Hoe de uiteindelijke koers uitpakt, hangt echter sterk af van de politieke verhoudingen in de Tweede Kamer: wordt doelsturing leidend of wordt het generieke sanering waarbij doelsturing het sluitstuk is?

Nevedi benadrukt richting politiek het belang van het agrofoodcluster als strategische pijler: een uniek ecosysteem van primaire productie, verwerking, logistiek, handel, technologie en kennis. Een harde en vergaande krimp van de veestapel leidt tot ernstige verstoring van dit systeem.

Inzet van Nevedi
Nevedi zet in op maatregelen en randvoorwaarden die verduurzaming versnellen, mét behoud van handelingsperspectief voor ondernemers en met aandacht voor het Europese speelveld.

  1. Voer- en managementmaatregelen
    Voer- en managementmaatregelen kunnen emissies significant reduceren. Verlaging van stikstof- en fosfaatgehalten en CO₂-uitstoot via diervoeders is integraal onderdeel van de Monitor Duurzaam Diervoeder. Hoe duurzamer het voer, hoe lager de milieu-impact van dierlijke producten.
  2. Methaanremmers
    Nevedi erkent methaanremmers als hulpmiddel om methaanemissies te verlagen en kan een adviserende rol spelen; bij invoering ook een coördinerende rol. Over het verplicht stellen is Nevedi kritisch. Als het kabinet de lijn doelsturing wil volgen is een verplichting niet logisch: De veehouder moet dan zelf kunnen kiezen welke maatregelen worden ingezet om doelen te halen. Verder vallen marktprikkels (premies) voor CO₂-reductie weg bij een wettelijke verplichting. De rekening komt dan volledig bij de veehouder te liggen.
  3. Beschikbaarheid van reststromen
    Reststromen die nu vaak naar diervoeder gaan (zoals zetmeel- en suikerreststromen, oliën en vetten en hoogcalorische voormalige voedingsmiddelen) zijn ook waardevol voor vergisting en bioraffinage. Dit zet de beschikbaarheid voor diervoeder onder druk en staat haaks op het streven naar meer circulariteit. Nevedi pleit daarom voor Europese afspraken waarin feed-toepassing prioriteit krijgt boven energie-toepassing.
  4. Beter benutten van bestaande ketensystemen
    In melkvee-, varkens- en pluimveehouderij wordt al fors geïnvesteerd in dataprocessen en ketensystemen die zorgen voor robuuste borging en transparantie rond emissiereductie. Nevedi roept de overheid op gerealiseerde reducties ook daadwerkelijk te erkennen en te verankeren in beleid en wetgeving, en meer aan te sluiten op bestaande ketensystemen en -beloningen.
  5. Industriestandaard milieuvoetafdruk diervoeder
    Nevedi werkt aan een industriestandaard voor het berekenen van de milieuvoetafdruk van diervoeder voor verschillende impactcategorieën. Deze is gebaseerd op de database van het Global Feed Lifecycle assessment Institute (GFLI). Deze maakt data breed toegankelijk, is transparant en internationaal geborgd. Nevedi ziet voor de overheid een rol als ketenregisseur, onder meer bij:
    – het erkennen van standaarden volgens internationale afspraken;
    – het toetsen van betrouwbaarheid van milieuclaims in de keten.

    Nevedi volgt in dit kader met belangstelling de voorgenomen herinvoering van Productschappen en de rol die zij kunnen spelen in coördinatie en governance rond verduurzaming.
  6. Europees karakter van diervoederwetgeving
    Het merendeel van de diervoederwetgeving (o.a. veiligheid, hygiëne, additieven, etikettering, dierlijke bijproducten, GMO’s en traceerbaarheid) wordt vastgesteld via rechtstreeks geldende EU-verordeningen. Nevedi blijft daarom inzetten op sterke en structurele beïnvloeding van Europese besluitvorming, in nauwe samenwerking met ketenpartners en relevante ministeries.

Deel deze pagina

Bron: Nevedi

Scroll naar boven